Hoe goed filtert AquaGlassFilter PFAS? De testdata uitgelegd
Kort antwoord: in een challenge-test volgens het protocol van NSF/ANSI 53-2022 verwijderde het AquaGlassFilter meer dan 98% van PFOS en meer dan 96% van PFOA — bij instroomconcentraties die 70 tot 250 keer hoger lagen dan wat er in Nederlands kraanwater zit. Op deze pagina leggen we uit wat die test precies inhoudt, wat de cijfers betekenen, en — net zo belangrijk — wat we op basis van deze data wél en níet kunnen claimen.
Wat is een challenge-test?
Bij een challenge-test wordt een filter niet getest met gewoon kraanwater, maar met water dat bewust zwaar is belast met de stof die je wilt meten. Het idee: als een filter presteert onder extreme omstandigheden, weet je zeker dat het niet toevallig goed scoort omdat er weinig te filteren viel. Het protocol van NSF/ANSI 53-2022 schrijft deze aanpak voor, met vaste instroomconcentraties en doorstroomsnelheden. De analyse gebeurde volgens USEPA-methode 537.1-2020 met LC-MS/MS — de meetmethode die ook Amerikaanse drinkwaterlaboratoria verplicht gebruiken voor PFAS. Rapportnummer: VM25042010.
De cijfers, omgerekend naar nanogram
Testrapporten werken in milligram per liter; drinkwaternormen in nanogram per liter. Omgerekend ziet de test er zo uit:
| Stof | Instroomwater | Gefilterd water | Verwijdering |
|---|---|---|---|
| PFOS | 1.000 ng/L | <10 ng/L (onder detectielimiet) | >98% |
| PFOA | 500 ng/L | <10 ng/L (onder detectielimiet) | >96% |
Ter vergelijking: op Nederlandse drinkwaterproductielocaties die rivierwater gebruiken, zijn PFAS-waarden tussen circa 4 en 14 ng/L gemeten (zie onze pagina Hoeveel PFAS zit er in Nederlands kraanwater?). Het testwater bevatte dus — alleen al aan PFOS — 70 tot 250 keer meer PFAS dan het zwaarst belaste Nederlandse kraanwater. Zelfs bij die extreme belasting kwam het gefilterde water onder de detectiegrens van het laboratorium uit.
Wat betekent "onder de detectielimiet"?
Het laboratorium kon geen PFOS of PFOA meer aantonen in het gefilterde water. De meetapparatuur kan concentraties tot 0,00001 mg/L (10 ng/L) waarnemen; daaronder is een stof niet meer meetbaar. Dat heeft twee gevolgen:
- De percentages zijn ondergrenzen. ">98%" betekent: minimaal 98%, mogelijk meer — exacter valt het niet vast te stellen omdat er simpelweg niets meetbaars overbleef.
- We kunnen níet claimen dat het gefilterde water onder de RIVM-richtwaarde van 4,4 ng/L zit. De detectielimiet van 10 ng/L ligt daarboven, dus die uitspraak zou de meetmethode niet dekken. Wat we wél weten: het filter reduceerde een belasting van 1.000 ng/L tot onder 10 ng/L. Bij de veel lagere concentraties in echt Nederlands kraanwater heeft het filter navenant minder te verwerken.
Hoe doet het filter dat?
De PFAS-verwijdering gebeurt in het koolstofblokfilter. Actieve kool werkt via adsorptie: PFAS-moleculen hechten zich aan het enorme inwendige oppervlak van de kool en blijven daar vastzitten. Een geperst koolstofblok dwingt het water bovendien door een dichte structuur, waardoor het contactoppervlak en de contacttijd groter zijn dan bij losse koolkorrels. Dit is ook precies de techniek die Nederlandse drinkwaterbedrijven zelf inzetten als aanvullende PFAS-zuiveringsstap.
Wat we níet claimen
- Niet "verwijdert alle PFAS". De challenge-test is uitgevoerd op PFOS en PFOA, de twee meest onderzochte en meest toxische PFAS-verbindingen. Andere PFAS zijn in dit rapport niet afzonderlijk getest. Actieve kool presteert in het algemeen beter op langketenige PFAS (zoals PFOS en PFOA) dan op ultrakorte ketens zoals TFA.
- Niet "100% verwijdering". Geen enkel filter kan dat waarmaken; onze cijfers zijn ondergrenzen bepaald door de detectielimiet.
- Niet "voor altijd". Adsorptie betekent dat de kool verzadigd raakt. Daarom adviseren we de filterset elke circa 4 maanden te vervangen — onze fluoride-levensduurtest over 1.000 liter laat precies zien hoe rendement geleidelijk afneemt bij veroudering.
- Labresultaten zijn labresultaten. De test is uitgevoerd onder gecontroleerde condities met vaste doorstroomsnelheid en bekende instroomconcentraties.
Alle rapportnummers, testnormen en volledige tabellen — ook voor zware metalen, fluoride, chloor en pesticiden — staan op de pagina Zo is AquaGlassFilter getest.
Veelgestelde vragen
Hoeveel procent PFAS verwijdert AquaGlassFilter?
Meer dan 98% PFOS en meer dan 96% PFOA in een challenge-test volgens NSF/ANSI 53-2022, bij instroomconcentraties van respectievelijk 1.000 en 500 ng/L. Het gefilterde water lag onder de detectielimiet van 10 ng/L.
Is dat getest door een onafhankelijk lab?
Ja, door een geaccrediteerd laboratorium volgens USEPA-methode 537.1-2020 (LC-MS/MS), rapportnummer VM25042010. Het filter is daarnaast NSF/ANSI 42-gecertificeerd onder certificaatnummer C0518081-01, publiek verifieerbaar via nsf.org.
Werkt het filter ook bij de lage PFAS-concentraties in Nederlands kraanwater?
De challenge-test gebruikte bewust 70 tot 250 keer hogere concentraties dan in Nederlands kraanwater voorkomen. Een adsorptiefilter dat onder die extreme belasting presteert, heeft aan de veel lagere werkelijke concentraties navenant minder te verwerken. Tijdige filtervervanging (elke ± 4 maanden) blijft daarbij de voorwaarde.
Verwijdert het filter ook GenX en TFA?
Dat is in dit rapport niet afzonderlijk getest, dus dat claimen we niet. In het algemeen adsorbeert actieve kool langketenige PFAS (zoals PFOS en PFOA) beter dan ultrakorte ketens zoals TFA.